m lap ra No. 100 Zaterdag Juni 1887. J. M. C. POT, Publicatie ii. De geschiedkundigs beschrijving van Tolen. TEtlILLETOH. OM HET GELD. A-A 11 Dit blad verschijnt eiken Zaterdag. Prijs per 3 maanden, franco per post 65 cents. Voor het buitenland 90 cents. Ingezonden stukken, enz. worden uiterlijk op DONDERDAG AVOND ingewacht aan het bureau te Tholen of vóór DON DERDAGMIDDAG bij onzen medewerker te lerseke. UITGEVER: T HOLEN. Advertentiën van 1 tot 4 regels 4ü cents; iedere regel meer 10 cents; groote letters naar plaatsruimte. Elke advertentie5 maal ter plaatsing opgegevenwordt slechts 2 maal in rekening ge bracht. Burgemeester en Wethouders van Tholen brengen ter kennis van belanghebbenden dat de loling voor het personeel der brandspuiten zal plans hebben op Maandag den 20 Juni e.k. des middags te 12 uur, dat. indien belanghebbenden zich niet in persoon voor die loting aanmelden of zich doen vertegen woordigen voor hen, op grond van art. 36 der ver ordening op het brandwezen, door een der leden van de daartoe uit het plaatselijk bestuur benoemde com missie zal worden geloot. Tholen, den 11 Juni 1S87. LOTING voor de SCHUTTERIJ. Burgemeester en Wethouders der gemeente Tholen maken bij deze aan de belanghebbenden bekend.dat de alphabetische naamlijsten van de ingeschrevenen voor de schutterij tor inzage zullen liggen op het raadhuis deze; gemeente, van Zaterdag den 11 Juni J 8S7 tot Zaterdag den 18 Juni daaraanvolgende, ten einde een ieder in staat zoude zyn, om, ingeval hem eeitige personen of omstandigheden mochten bekend zijn, die op dezelve nog zouden behooren te worden aangeteekend of daarvan moeten worden weggelaten, zulks aan het bestuur, kennelijk te maken. Bat de loting voor de Schutterij tusschen de in geschrevenen van dezen jare, zal plaats hebben onder toezicht eener commissie uit het bestuur, ten raad- huize dezer .gemeente, op Maandag den 20 Juni 18S7 des namiddags ten 12'; ure precies; wordende de belanghebbenden bij deze gelast, zich ter plaatse en op dato vermeld te laten vinden, ten einde aldaar voor den dienst der Schutterij te loten, of zulks door behoorlijke, gemachtigden te laten doen. zullende voor hen. die persoonlijk afwezend mochten blijven en zic h niet op vorenstaande w ijze hebben doen ver tegenwoordigen, door een der leden van de commis sie worden getrokken. Dat dadelijk na den afloop der loting, eene nalo- ting zal plaats hebben, ten behoeve van diegenen, welke tot dc loting verplicht zijnde, builen hun toe doen niet onder dezelve mochten zijn begrepen ge worden, alsmede ten behoeve dergenen, welke, of schoon in andere gemeenten reeds geloot hebbende, sedert de laastvoorgaande inschrijving, in de gemeen ten zijn komen inwonen, en der vreemdelingen, welke sedert die inschrijving in de termen zijn gevallen, om als ingezetenen te worden aangemerkt. Kn dat eindelijk de belanghebbende personen, bij de loting de gelegenheid /.al worden opengesteld, om de redenen van vrijstelling, waarop sommigen aanspraak zouden -mogen maken, ter kennisse van de genoemde commissie te brengen. Gedaan «c Tholen den 11 Juni 1887. Burgemeester en Wethouders van Tholen. Brengen bij deze ter kennis van dc ingezetenen dat op Vrydag den 17 Juni 1887 binnen deze ge meente de jnarlijlqioko collecte zal plaats hebben, ten behoeve van hetiFonds tot aanmoediging en onder steuning van den penden Dienst in de Nedertan- de/i, welk l-Wiids uit»luitend strekt tot ondersteuning van al de verminkten in cenigerlei strijd, waaronder ook die in Xedm'j-ids üviTzcesche Koloniën ol Be zittingen, en nood-ven mitsdien een ieder uit, om door eene milde dat Fonds tot .vervulling van bet CdeJe doel •icssolts bestenntiugf ie helpen in staat stellen Tholen den II Juni 1887. Burgemeester en JI 'ethouders voornoemd, C. J. DE VULDKR VAN NOORDEN. Jjt> IVrt houder, A. VAN DER BURG UT. Ver wig INHOUD. Voortzetting van liet overzicht van het kerk- wezen en latere terugkomst op de geschiedenis der Stad. Aanstelling van negen kanunniken, waarvan I cc'n als Deken. Vastgesteld Reglement voor het beheer en den dienst van 't kapittel. Do eerste kanunniken: Pieter Block, Hendrik J Stierbier, Jan Andriesz., Jan Boudewijnsz., Cor- i itelis Dankertsz., Willem van de '/antle, C'orne- lis Klaasz. Stier bier, Mr. Pieter Stierbier en Mr. Johan Yvons. Pieter van de Zande, de laatste parochie pastoor van Tolen, neemt geen prebende in de collegiale kerk. Hertog Albreeht schrijft het kapittel voor hem kerkelijke eer te bewijzen. Waarin die kerkelijke eerbewjjzingen bestaan. Pieter Block, de pastoor van Scliakerloo, was j voorheen kapelaan van hertog Albreeht. Hij blijft als kanunnik belast met zijn paroclhalen dienst. Mr. Pieter Stierbier en Mr. .Tohan Yvons stichten prebenden met altaren in de collegiale j kerk. Het altaar van de H.H. Maagden Catharina j en Barbara, en verder die van Sint-Salvator, de H. Maria Magdalena, den H. Eligius, Jaco- bus den Meerdere, Jacobus den Mindere, den j H. Anthonius, Johannes den Dooper, der. H. Theobaldus, den II. Huhertus, den H. Cornclius, de H. Anna en van den Nood. Gods vau O. L. V. j De Gulden-Mis, gesticht door Matheus de j Houwer met vermr-l.jing van drens g.. si acht i De kerkelijke cl gec--t« üjkv thïomuvo-i, j Het SHOUm«cXltSyi I •rianirnir..; i vv- j aan deze kerkelijke iling ••'mor. F r, :--/,. Haeek, Jan EynouU/,, Jan t Viruebsz. iinck, Jan Cornelissen Znijuwmt en zijne vrouw Marike van Stapele en anderen. I.ij sten van leden vau liet, Sacramentsgilde. Bekende geslachtsnamen, als de Paulussen, dc Schippers, de De Langcs, <lc ilaeekeu, de Kuypers, i de W agenmakers, de Hoogerwerfs en van anderen. De contributiën en de voorrechten aan het i lidmaatschap van het Sacramentsgilde verbonden. Het Gilde van Onze Lieve Vrouwe in 'tkin- derbed. De gemeenschappelijke maaltijden van de leden I van de kerkelijke Gilden bij het doen van reke- ning en verantwoording uiet de spijsuitdeelingen i aan de armen. Het jaorlijksche schoolfeest op Sint Thomas- avond voor rekening van 't Sacramentsgilde, en de renten daarvoor dooï Mr. Laurens Hendriksz. do Cu ui nek gevestigd. Het geslacht de Couinek of de Koning. De Sacraiuents-Missen bij den omgang met den dienst van den organist, den klokkenist, de klokluiders en van anderen. De plechtige Requiem-Missen voor dc afge- 3) Novelle. „Eduard spreek dan toch!" zeide zij met ver stikte stem. „Ik, Adeline,wat inoet ik u zeggen ik kan u niets verwijten omdat uwe zwakheid u voor alle straf beschut, doch ik ga van hier en gij kunt aan de mënschen vertellen dat het uw vabche eeden waren die een eerlijk man zijn geloof aan het ware, schoonc en goede ontroof den. Ik haat u niet Adeline, ik klaag n niet aan, maar voor mij zijt ge als dood." „Eduard! om Godswil, hoor mij aan, al- voren? gij mij veroordeelt I" „Ik begrijp alles," riep hij uit, „laat die ver ontschuldigingen maar rusten, ik wil ze niet aniihooren. en heb ook geen lust in deze on diepten tnijn anker te werpen, uw doel is mis lukt, en uw rekening valsch Adeline. Ik ben niet in slaap gewiegd en wil thans meer dan ooit de kuiperijen van dien man ontmaskeren, I al zou ik daarbij ook te gronde gaan „Eduard, Eduard, zijt ge waanzinnig?" „Dat is we! mogelijk," antwoordde bij koel, j „maar toch hoop ik sterk genoeg te blijven om dien schurk ie overwinnen. Gij slijpt zelfs de i wapenen voor mij Adeline, want ge kent immers I den „Fuust" niet waar* Yioek de hoop, vloek liet geloof maar boven alles, vloek hei geduld! Dat zal voortaan mijn machtspreuk zijn." Hij opende de deur en ging heen, terwijl j Adeline onmachtig in haar stoel viel. Den avond van dien ongelnkkigen dag bracht I Eduard in zijn gewoon gezelschap door om de inwijding van zijn zaak te vieren. Hij dronk en i lachte terwijl zijn hart schreide, en toen hij den beker opnain voor een toast aan den disch, liep hem een rilling door de leden. „Wat wij vvenschen riep hij hartstochtelijk nan het slot van zijn rede, Wat wij wenschen!" Al de aanwezigen ontstelden, men las de on heil wingbare toom op zijn gelaat, en wellicht was de beweging, met welke zijn glas aan dat van een der dischgenooten raakte te hevig, al thans de wijn stortte er uit, het glas brak en sneed over enkele vingers. „Bloed," riep hij lachende, „bloed, dat heb ik reeds in mijn hart aan den booze gegeven, da3r, je moogt het hebben Driftig schudde hij de bloeddruppels van zijn handeen ander glas werd op tafel gezet en ingeschonken. Met uitdagende koenheid her haalde Eduard: „Wat wij wenschen!" Met een teug dronk hij het glas ledig, ter wijl hij het bloed van zijn gewonde vingers op de tafel liet druppelen. Dat het vroolijke gezel- Schap gedurende dit tooneel door een pijnlijk zwijgen bevangen werd, merkte hij niet eens. Later, toen de gasten zich verwijderd hadden, ging hij stil naar de deur van een kleine, op de bovenste verdieping zich bevindende kamer en opende de deur zonder gedruisch te maken. „Moeder, slaapt gij reeds fluisterde hij. „Kom maar hier, Eduard," klonk het zacht, i „scheelt er iets aan?" Eduard naderde het ledikant van zijn zieke moeder en zeide zuchtend „Gij moet nog wat meer van mij houden, moeder, 't is noodigxoor mij, want ik gevoel me zoo eenzaam, zoo diep ongelukkig." Hij drukte zijn gloeiend gelaat legen hare

Krantenbank Zeeland

Ierseksche en Thoolsche Courant | 1887 | | pagina 1