WAARIN OPGENOMEN DE IERSEKSCHE EN THOOLSCHE COURANT ©BUITENLAP NIEUWSBLAD VOOR HET EILAND THOLEN Vrijdag 15 Januari 1937. No. 2 Vier en vijftigste jaargang Tholen, Poortvliet, Scherpenisse, St-Maartensdijk, Stavenisse, St-Annaland en Oud-Vossemeer UITGAVE FIRMA J. M. C. POT, THOLEN - TEL. INTERC. 16 - POSTREK. 1043 Griep Influenza.A' wat u De feesten te Tholen ter gelegenheid van het Vorstelijk huwelijk THOOLSCHE COURANT Dit blad verschijnt eiken Vrijdag. Prijs per kwartaal ƒ0,80; met Geïllustreerd Zondagsblad ƒ1,376, franco per post ƒ1,65 -f- 15 ct. disp. kosten. Advertentiën van 1 tot 4 regels 75 ct.; iedere regel meer 175 ct. Grootte der letters naar plaatsruimte. Bij abonnement aanmerkelijke prijsvermindering. DANKBETUIGING VAN PRINSES JULIANA EN PRINS BERNHARD 's GRAVENHAGE, 11 Januari Waar het ons tot ons leedwezen niet mogelijk is, ditmaal allen door de radio persoonlijk te bedanken voor de groote har telijkheid en aller medeleven tijdens onze bruidsdagen en bij ons huwelijk, willen wij langs dezen weg daarvoor onze bij zondere erkentelijkheid uitspre ken. Wij zijn diepgetroffen door, de algemeene vreugde en door al wat voor ons in deze zoo gelukkige dagen werd gedaan, dat zooveel gloed en luister aan onzen bruidstijd bijzette. Wij betuigen allen daarvoor onzen warmen dank, niet het minst aan hen, die op eenigerlei wijze hebben medegewerkt aan het nationaal huwelijksgeschenk of aan een der vele andere geschenken, welke ons uit het vaderland of uit den vreemde werden toegezonden. Voor den bloemenschat, die ons wederom kwam verrassen en voor de gelukwenschen uit alle deelen van het rijk en uit het buitenland, betuigen wij langs dezen weg onze groote erkentelijkheid, waar het ons helaas niet mogelijk is ieder persoonlijk te beantwoorden. JULIANA. BERNHARD. Over dagbladen en een flater. Het Prinselijk Paar in hotel Patria van Jan Kiepura. De hobby van minister Colijn. Het belang van zijn laatste interview. Maaltijd ter eere van de Indische gasten. De nietigverklaring van goudclau sules. Het Plan Deterding.... Op het einde van de vorige week hadden enkele groote dagbladen van Ne .erland het rioodig gevonden een bericht te puhliceeren, waarin werd medegedeeld, dat uit zeer betrouw bare bron was vernomen, dat het jonge paar naar Engeland was afge reisd. Dit bericht, dat zelfs nog om huld was met een zeer geloofwaardig verhaal, werd niet tegengesproken, zoodat men algemeen dacht, dat het jonge paar de wittebroodsweken in derdaad in Engeland was gaan door brengen. Wie schetst echter de verbazing van de talrijke belangstellende land- genooten, toen Zondag door de radio bekend werd gemaakt, dat Prinses Juliana en Prins Bernhard naar een kleine badplaats in Polen, Krynica, waren vertrokken Het bericht in die groote dagbladen was dus van allen grond ontbloot geweest en niets anders dan een product van journalistieke fantasie! Men begrijpt, dat over deze onjuiste berichtgeving heel wat is gesproken en om de flater hartelijk is gelachen. Inmiddels is dus thans de verblijf plaats van het Prinselijk Paar bekend het is het wintersportplaatsje Krynica, waar Prinses Juliana en Prins Bern hard, onder de namen van „gravin en graaf van Slerrenberg", in het hotel Patria van den Poolschen zanger Jan Kiepura, hun intrek hebben ge nomen. Toen in Krynica bekend werd dat daar ter plaatse hooge Holland- sche gasten waren gearriveerd, was natuurlijk in een oogenblik de ge- heele bevolking in rep en roer. Onmiddellijk werden er volksfeesten georganiseerd en ,'s avonds bracht men aan het jonge paar een serenade. Alhoewel de vorstelijke personen vanzelfsprekend deze attentie zeer op prijs stelden, hebben zij toch aan den burgemeester van het plaatsje ver zocht, aan de bevolking mede te deelen, dat hun bezoek streng in cognito is, en dat zij de grootst mogelijke behoefte aan rust hebben. Uiteraard heeft de burgervader van dit verzoek goede nota genomen, terwijl op haar beurt de bevolking van Krynica het verzoek van de vorstelijke gasten eerbiedigt. Thans is dus wel zeker, dat het jonge paar in Krynica een rustige tijd tegemoet kan gaan, genietend van het heerlijke winterweer en de opwindende win tersport in het voortreffelijke Poolsche landschap Onze eerste minister Dr. H. Colijn, heeft een hobby. Deze hobby is van den laatsten tijd, want voorheen hebben wij er niets van gemerkt Wat mag die hobby dan wel zijn? Och. een zeer eenvoudig genoegen; waarmede men vooral anderen een groot plezier doetbet geven van interviews. Achtereenvolgens hebben d Engelsche, Fransche en Scandina vische journalisten een onderhoud met den Minister-President gehad en telkens verscheen hel inlerview op de eerste pagina van het desbetref fende builenlandsche dagblad. In het laatste interview, dat Dr. Colijn aan den Scandinavischen journalist toe stond en dat tegelijk in vijf voorname dagbladen van het Oslo-bloc ver scheen, pleitte onze eerste minister voor een nauwere samenwerking tusschen de Scandinavische landen en Nederland, vooral op economisch gebied. De n inister was van meening, dat allereerst de handelsbelemme ringen tusschen deze landen dienden le worden afgeschaft ol in ieder geval aanmerkelijk dienden te worden ver ruinderd. Dr. Colijn was ervan over tuigd, dat dit zonder al te groote moeilijkheden zou kunnen plaats vinden. Was eenmaal de economische samenwerking zoo, dan kon men zich richten tot een of meer groote mo gendheden, voornamelijk tot die, waarmede de Scandinavische landen en Nederland uitgebreide handels betrekkingen onderhouden. Eerst dan zou men, volgens Dr. Colijn, een klaarder Europa krijgen, dat toegan kelijker was voor eikaars wenschen dan thans het geval is. Zonder twijlel is dit interview met bijzondere belangstelling in de Scan dinavische landen ontvangen en het wil ons voorkomen, dat hiermede de band voor een nauwere economische samenwerking tusschen de Noorde lijke Staten en Nederland is gelegd. Het bezoek, dat de ministers Gelissen en Deckers binnenkort aan Finland en andere Scandinavische Staten zullen brengen, kan hiertoe zelfs een sleentje bijdragen. Maandagavond heeft de Minister van Staat, voorzitter van den Minis terraad, in de fraai versierde Ridder zaal ongeveer honderd genoodigden verzameld aan een maaltijd, mede ter eere van de delegaties der zelf besturen uit Nederlandsch-Indië, die in verband met hel Prinselijk huwe lijk hier te lande verblijven en die voltallig aanwezig waren. Op dezen avond hield Minister Colijn een redevoering, waarin hij alle aanwezigen namens de regeering toesprak en in het bijzonder Z. H. Pangeran Adipati Ario Mangkoe Negoro. Zooals bekend, is eenigen lijd ge leden een wetsontwerp inzake de nietigverklaring van goudclausules bij de Tweede Kamer ingediend. Thans is het voorloopig verslag van deze Kamer over het ingediende wets ontwerp vèrschenen. Met de uitvoering van het plan Deterding wórdt "thans een energiek begin gemaakt. Voor niet minder dan voor ongeveer f 6000.000 aan over tollige voorraden heeft men thans van onze boeren afgenomen, die daarmede niet weinig in hun schik zijn. Hoewel er heel wat onwelwil lende critiek tegen het plan is los gekomen, ontvangt Dr. Deterding uit alle lagen der bevolking blijken van instemming en ook raaterieelen steun. De voordeelen van het plan liggen dan ook voor de hand. Eerstens wordt er weer evenwicht gebracht tusschen productie en afzet en tweedens zal juist daardoor de werkloosheid dalen, om van de ideëele zijde van het plan nog maar niet eens te spreken. Als voorbeeld zij hier gewezen op het feit, dal tengevolge van de groote aankoopen van aardappelmeel, de werkloosheid dezen zomer in de veen koloniën aanzienlijk zal dalen. noodig heeft om spoedig te herstellen, zijn 'n paar Mijnhardt's Poeders. Per stuk 8 ct.; doos 45 ct. Bij Uw Drogist. 7 46168 Marokko-crisis in 1937. - Duitsche perscampagne. - De Engelsche meening - De nieuw jaarsboodschap van Hitier. - Eenige ontspanning. - De kwes tie der vrijwilligers. - Franco's offensief voorloopig tot staan gebracht. De warboel in de Europeesche po litiek is er in de laatste dagen niet geringer op geworden, wat intusschen nog geenszins wil - zeggen, dat ons werelddeel nu ook dichter bij den algemeenen oorlog is gekomen. In tegendeel men krijgt den indruk, dat men in het Europa van heden heel wat aandurft, maar dat men desondanks voor 'n oorlog een heilige vrees heeft en dat geen land van plan is het zoover te doen komen. De nieuwe spanning, welke zich in de wereld teekende, begon met een Fransche perscampagne tegen plannen, die Duitschland ten opzichte van Spaansch Marokko zou koesteren. Men verklaarde, dat er in de Spaan- sche zone van Marokko een groot Duitsch troepencontingent aanwezig was, dat Duitsche ingenieurs de lei ding van de ijzermijnen in dat gebied op zich hebben genomen, dal onder leiding van Duitsche deskundigen en met behulp van Duitsche kanonnen Creta en Melilla aanzienlijk werden versterkt, dat er nieuwe kazernes voor nog meer Duitsche troepen ge bouwd werden, kortom, dat het Derde Rijk zich in alle stilte meester trachtte te maken van het Spaansch gebied in Afrika. Alle Fransche bladen eischten krach tige maatregelen van hun regeering en verschillende démarches bleven daarop niet uit. Parijs liet te Burgos, te Berlijn en zelfs hij den Gouverneur van Spaansch-Marokko een waar schuwend woord hooren. Intusschen antwoordde de Duitsche pers, na een algemeen dementi van het Duitsch Nieuwsbureau, hierop neerkomend, dat er zich geen Duitsche troepen in Spaansch Marokko be vinden, met een al even felle anti- Fransche campagne op de beweringen van Parijs. Frankrijk zou de pers en diplomatieke campagne op de han delingen van het Derde Rijk slechts begonnen zijn om de aandacht van eigen snoode plannen af te leiden. Het zou juist Frankrijk zijn, dat zich van Spaansch-Marokko tracht meester te maken, de Fransche Ge nerale Staf zou daartoe reeds een volledig plan hebben uitgewerkt en als klap op de vuurpijl wist hetlD.N.B. uit Parijs te melden, dat er plannen bestonden en in Zuid-Frankrijk, dus aan de Spaansche grens, een Sovjet- Republiek uit te roepen met Porpignan als hoofdstad Eenige dagen lafer sloot ook Italië zich bij de Duitsche campagne aan. Men dacht zich in 1911 verplaatst, toen ook het Marokkaansch conflict den Europeeschen vrede gevaarlijk scheen te bedreigen. Nu is het op het oogenblik moeilijk uit te rnaken, waar iu 'n dergelijken persslrijdt de waarheid ophoudt en de leugen begint. Het best kan men zich bij een onderzoek hiernaar houden aan de goed ingelichte en verreweg, het meest betrouwbare, de Engelsche pers. Wat had deze ten aanzien van de Marokkaansche kwestie op te merken In het kort komt de meening van de Britsche pers, die vrijwel over eenstemt met de opvatting van het Foreign Üflice, hierop neer de Fran sche beweringen zijn overdreven wel valt er esn zekere Duitsche in filtratie in Spaansch Marokko waar .fte nemen, die overigens meer op economisch dan op militair gebied is gelegen; de toestand is nog niet van den grootsten ernst, maar waakzaam heid is in elk geval geboden; Duitsch land mag in geen geval verder gaan dan voor zoover het op het oogenblik is gegaan. Het Marokkaansche Ver drag van 1912, dat de inmenging van vreemde mogendheden in Spaansch- Marokko verbiedt, is nog geenszins geschonden. Intusschen duurt de felle Fransch- Dnitche perscampagne voort en mocht men daarnaar oordeelen, dan stond een oorlog onmiddellijk voor de deur. Waar men echter slechts te oordeelen heeft, is de diplomatieke activiteit, en gaat men op deze wijze te werk, dan gaat men de toekomst iets roos kleuriger inzien. Daar is in de eerste plaats de Nieuwjaarsontvangst van het Ber- lijnsch diplomatieke korps bij Hitier. Hier beeft de Duitsche leider in bijzijn van den Franscheti ambassadeur, Frangois Poncet, die wegens ziekte van den nunLiusde Nieuwjuarswensch van het diplomatieke korps had voor gelezen, uitdrukkelijk verklaard, dat Duitschland geen territoriale aan winsten in Spanje of Spaansch- Marokko op het oog heelt. En in een particulier onderhoud heeft hij dit nogmaals tegenover Poncet bevestigd. Parijs is daardoor aanmerkelijk gekalmeerd, het geen evenwel niet wegneemt, dat men uiter: t waakzaam blijft. De Fransche vloot is vroor de Noord- Afrikaansche kust geconcentreerd, zoogenaamd voor het houden van manoeuvres, maar inderdaad om aan te toonen, dat men in de Marok kaansche kwestie vastbesloten is, zoo noodig tot het uiterste te gaan. Het lijkt niet waarschijnlijk, dat men in de Wilhelmstrasse Frankrijk tot een dergelijk optreden in staat heeft geacht en dat het Fransche besluit, om in deze kwestie van zich af te bijten, verstrekkende politieke ge volgen zal hebben. In elk geval is er op het moment ondanks alle perscampagnes een zekere ontspanning ingetreden, die het beste tot uitdrukking komt in het feit, dat de Fransch-Duitsche economische besprekingen juist Itians weer worden opgenomen. Dr. Schacht zou daarvoor zelfs naar Parijs ver trekken. Men is nu door dit alles weinig opgeschoten met het verscherpte toezicht op de non-interventie. Slechts Engeland heeft ten aanzien van de kwestie der vrijwilligers een goed voorbeeld gegeven door een oude welopte diepen waarbij het Engelsche onderdanen verboden is, dienst in een vreemd leger te nemen. Veel verder is men daarmee nog niet ge komen, want in deze aangelegenheid zegt het weinig, dat er een schaap over den dam is. Hoe staat het nu op het Spaansch oorlogsgebied zelf? Het groote offen sief van Franco is voorloopig tot staan gebracht. Volgens militaire deskun digen is de opmarsch eigenlijk iets lesnel geweest,zoodat de nationalisten zelf eenige veroverde stellingen weer moesten prijsgeven. Franco houdt zich thans bezig met het consolideeren van zijn nieuwe stellingen. In ieder geval eeft hij in de afgeloopen week zijn strategische positie weten te ver stel ken, maar het blijft de vraag of hij hierdoor aanmerkelijk dichter bij zijn doel, de verovering van de Spaansche hoofdstad, is gekomen. Ook bij Lanaga hebben de rechtsché troepen een groote a .tiviteit ontplooid. De stad werd zoowel van de lucht als de zee uit gebombardeerd. Het aantal dooden moet aanzienlijk zijn. Het blijft een raadsel, hoe de toe stand van Spanje zich tenslotte zal ontwikkelen. Interessant is in dit verband een rede, die Mr. Eden een dezer dagen te Londen hield voor de buitenlandsche journalisten. Volgens den Engelschen Minister zou Spanje uiteindelijk geep. fascistische of com munistisch overheid krijgen. Wat voor een regime het ge'eislerde land tenslotte wel zou krijgen, vertelde de Brit er niet bij. Het ware interes sant geweest dit te vernemen Voorloopig was nu het feest dien Vrijdag geëindigd. Met groote be langstelling werd de uilslag van de verschillende bekroningen legecnoet gezien. Nu, wij kunnen zeggen dat de jury een allesbehalve gemakkel ke taak heelt gehad. Wat overdag een zeer mooien indruk maakte, zou, indien hier alleen gegolden had de versiering te beoordeelen overdag, een anderen uitslag gegeven hebben dan 't onder deze omstandigheden is geweest. De jury bestond uit de heeren A. Boon, F. Burgers, W. A. Dormaar, M. P. Lanooij en C. Slager Hz. uit St.-Annaland, wier namen ons borg zijn, dat ze, alvorens haar uitspraak te doen, de te beoordeelen zaken van alle kanten hebben bekeken. Het was tegen acht uur bij het Stadhuis, dat toch zoo mooiafleekende met haar als het ware hernieuwd uiterlijk, onder den feilen schijn van de schijnwerpers zeer druk en de belangstelling sleeg toen de heer Mr. H. D. J. Wolfensberger vanaf het bordes de beoordeeling van de jury bekend maakte. Deze is als volgt: Van de optocht kregen Visschers- bedrijf de eerste, Brandweer tweede, derde Slagersbedrijf, vierde Land bouwbedrijf, vijfde Ketellappers, ter wijl de overigen genoemd werden. Gevel versiering: Iste prijs G. Vis Jr. Dalemschestraat, tweede Joh. Beu kelaar, Brugstraat, derde personeel rijksontvanger, Molenvlietsche straat, terwijl de andere deelhebbers nog vermeld werden. Daarna de straatversiering. Eerste de Markt, tweede Hoog straat, de derde Stoofstraat, vierde Oudelandsche straat met eervolle vermelding voor de zoo mooie land- bouwpoort, vijfde Wal, zesde Da lemschestraat. Al de bekend gemaakte uitslagen viel een hartelijke bijval te beurt van het aanwezig publiek. Mr. Wolfensberger dankte de jury voor hun belanglooze werkzaamheden, terwijl in dien dank vanzelfsprekend deelden al degenen die mede geholpen hadden de versieringen tot stand te brengen, waarna dnor de aanwezigen het eerste couplet van bet Wilhelmus werd gedongen. Fnndërden bewogen zich nog laat

Krantenbank Zeeland

Ierseksche en Thoolsche Courant | 1937 | | pagina 1