NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAO VAN WESTELIJK ZEEUWSCH - VLAANDEREN. f 525,000,00 N°. 1. Vrijdag 5 Januari. Bij dit Weekblad behoort een Bijblad. PROVINCIALE GELDLEEÏSING (Derde Gedeelte.) ir. Dit Weekblad verschijnt iederen Vrijdag. Prijs per dufe maanden voor hel voormalig 4de district van Zeeland f 1,15; voor de overige plaatsen des Rijksfranco per post f 1.3j Afzonderlijke Nummers f0.1(h Prijs der Advertentiën, van 1-5 regels f 0,75; elke rege daarboven f 0,12'/2, behalve het zegel van f 0,35 voor iedere plaatsing. Groote letters naar het getal gewoue regels, die zij beslaan. Ingezonden Stukken en Brieven, de Redactie betreffende, benevens Advertentiën èi^ gewone Berichten of Mededeelingeii van Correspondenten te bezorgen bij den Uitgever dezesalles francobehalve de bekende Correspondentiën. N°. 120. Besluit van den 29lteDecember 1865, fi". 10houdende vernieuwde openstelling van het derde gedeelte der geldleening van f 525.000,00 ten laste van de provincie Zeeland. De GEDEPUTEERDE STATEN van ZEELAND In aanmerking nemende dat de uitslag der volgens huo besluit van 21 November 185». No. 7 opengestelde geldleening van f 30.!iüii,09 (het derde gedeelte der leening v in f öda.OOd.OO) ten laste van- de provincie Zeel mil, eene nadere openstelling dier leening ten gevolge moet hebben, II e s 1 u i t e n i®. het derde gedeelte der bovengenoemde geld leening op nieuw open testellen, doch slechts ten beloope van tien a mdeelen. elk aandeel van duizend gulden, tegm eene jaarlijksche rente van vier en een h. iLf ten honderd, in te gaan met den eersten Januarij 1856 en verder overeenkomstig het bij Koninklijk besluit van den 13deu Februarij 1883. N"1. 51 goedgekeurd plan opgenomen in het Provinciaal Blad van 1863. onder N". 24; '2®. hun besluit van den 24sten November 1835, N". 7, Provinciaal Blad N°. 105. voor zoo veel de daarbij aangegeven termijnen of dagen voor hel inleveren en openen der inschrijvings- hilletlcu en voor de te docue overstortingen betreft, te wijzigen, en als nu voor de be doelde verrichtingen vast te stellen a. voor het inleveren der inscbrijvings-billetten het tijdvak van Donderdag den 1lden tol en inet Donderdag den ISden Januarij 1886 (zoo- en feestdagen uitgezonderd), des voormiddags van 10 tot 12 en des namiddags van 2 tot 3 ure b. voor het openen der bovenbedoelde inschrjj- vings-billcllen Donderdag don 18den Januarij 1866, onmiddellijk na den afloop van den onder a ges'etdeu termijn van inschrijving e, voor de overstorting van de ingeschreven sommen der aangenomen en toegewezen aan- deelen de geheele maand Februarij 1856; onder bepaling dat de daarvoor door den Betaal meester te Middelburg afgegeven quitanlien vóór of uiUrlyk op den laatsten dag der maand moeten overgebracht worden ter Provinciale Griffie in handen van den Commies D. Jeaas belast met de comptabiliteitdie daarvoor de vereischte renversalen zal afgeven. Dit besluit zal in het Provinciaal Blad van Zeeland worden opgenomencn buitendien bij wijze van openbare aankondiging geplaatst worden in de Staats- Middelburgsche-Goessche- en Zierikzeesche couranten in het Sluitsche Weekblad cn in het Algemeen Nicuwt- en Advertentieblad van Zeeuwsch- Vlaanderen. AIiddei.dcrg, den 29sten December, 1865. De Gedeputeerde Staten voornoemd R. W. VAN LIJNDENVoorzitter. S. VAN DER SWALME, Griffier. Uitgegeven den 25 November 1865, De Griffier der Staten voornoemd S. VAN DER SWALME. Eerstelgk de Provinciale Staten van Zeeland. Nadat de Minister van Binnenlandsche Zaken bij missive van 15 Augustus 1865 N°. 180, 3d<® aftleeling, aan Gedeputeerde Staten van Zeeland had te kennen gegeven, dat, komt vóór het volgend jaar, giene regeling tot standhij Minister dan niet langer zoude kunnen goedkeuren, dat zooals over 1865 geschiedt, het Rijk subsidiere zonder dat de Provincie hare opcenten ten behoeve der Calamiteuse polders helïe vervolgens Gedeputeerde Staten bij brief 8 aan den van 6 October 1885 N°. ir.No-4— Minister hadden geantwoord, onder meer, dat zij niet wistenwat zij bij de Staten voor de noodzakelijkheid der-heffingvan.de bovengemelde opcenten in het volgende jaar zouden kunnen aanvieren, daar volgens een Staatin hun Dezit de dijkgescholen benevens de eigene inkomsten der Calami teuse-, en de subaidien der achterliggende poldersna aftrek van alle remissieneen bedrag zullen opleveren van niet minder danf 487024,36'/a waartegen de volgende uitga ven overstaan, Ie weten: a. administratiekosten in teressen werken in eigen beheer uittevoeren met in begripvan 14990,voor o ivoorziene uit gaven f 136744.95 b. aarde-, rijs-, kram- en ver dere onder houdswerken f 308900.00 c. pensioenen jaarwedden voor werkba zen, buitenge wone op:ig ters alsmede van den boek houder en twee geëm ployeerden op het bureau van den ge- Hoofd In nieur f 18893 00 Zameni f 464537,95 zoodat de inkomsten de uit gaven te boven gaan met eene som vanf 22486,ll'/i hierop weder door den Minister bij missive van 2 November II. No. 270, 3de afdeeling, aan Gedeputeerde Staten onder meer was geschreven, dat de cijfers, door hen aan gegeven waren gegrond op de behoeften van 1865 en de heffingwaarover de Staten zich zouden hebben te verklaren het jaar 1866 moet geldenen volgens een Staat, door den Hoofd Ingenieur opge maakt en bij des Ministers evengemeld schrijven aan Gedeputeerde Staten mede gedeeld, bevattende eene globale opgave van de begrootingen der Calamiteuse pol ders van het volgende jaar welke met f 31507, overtreft de sommen door Gedeputeerde Stalen noodig geacht - en nadat eindelijk ai deze stukken aan de Staten waren medegedeeld en door hen in de afdeelingen overwogen, en daarenboven vóór de zitting van de Staten op den 10 November II. aan ieder der aanwezende leden een exemplaar van den bovenvermelden zoogentiamden open brief van Lector et Emergo was uitgereiktHebben de Staten van Zeeland, met 33 tegen 4 stemmen besloten. 10. niet te kunnen toetreden tot den eisch des Ministers van Binnenlandsche Zaken om de zaken der Calamiteuse polders te regelen op de wijzedoor den Ministor verlangd 2o. en niet toetegeven aan des Ministers verlangendat de Staten zouden verklaren dat er noodzakelijkheid bestaat tot het heffen der bewuste opcenten ten behoeve der Calamiteuse polders voor het jaar I860. En ten andere de volgende Zeeuwsche afgevaardigden tot de Tweede Kamer der Staten-Generaal welke blijkens de nom- mers 57 tot en met 61 van het Bijblad der Slaats-Couranlin de zittingen dier Vergadering van den 21 cn 22 November 11. als hun bevoelen hebben te kennen ge geven te weten a. de Heer de Laet de Kamer (bij ver korting) dat volgens art. 191 der Grondwet de Rijkswetgever in de eersti plaats behoort te regelen hot bestuur van den Waterstaat,- en dat daarna, op grond van het volgend artikel 192, dus slechts in de tweede plaats, de Provinciale Wetgever kan optreden om te regelen hetgene het beheer van den Waterstaat in zijne provincie betreft; dat het Kijk op grond van artikel 577 van het Burgerlijk, Wetboek 't welk aan den Staat toekent den eigendom van de stranden der zee de bevaarbare en vlot- bare slroomen en rivieren, met hunne oevers de groole en kleine eilanden en platen welke m die wateren opkomensteeds zich toeeigent de voordeelendie de zooeven bedoelde opgekomene eilanden en platen opleveren en ten gevolge waarvan in tie laatste jaren tonnen gouds in de schatkist zijn gevloeid en dat uit dien hoofde en vermits daarenboven de voorbedoelde platen en eilanden veelal de groote oorzaken zijn van de rampendie aan de polders ontstaan, regt en billijkheid vorderen, dat

Krantenbank Zeeland

Sluisch Weekblad. Nieuws- en advertentieblad voor Westelijk Zeeuwsch-Vlaanderen | 1866 | | pagina 1